![]() |
|||||
|
|
home >
nieuws > |
||||
|
|
MAN introduceert nieuwe serie dieselmotoren. Meer efficiency en grotere milieuvriendelijkheid, een lager brandstofverbruik bij een tegelijkertijd hoger laadvermogen, minder behoefte aan onderhoud bij een langere levensduur: MAN Nutzfahrzeuge presenteert de nieuw ontwikkelde motorserie D20 Common Rail. ![]() De zescilinder in lijn met bovenliggende nokkenas en vier kleppen per cilinder, uitlaatgasturbolader en interkoeler worden door middel van directe Common Rail-inspuiting van de tweede generatie van toeleverancier Bosch van brandstof voorzien. Daarmee zet MAN in het hele motorenprogramma voor zware bedrijfswagens van 280 pk/206 kW tot 660 pk/485 kW zijn kaarten op het inspuitsysteem van de toekomst: Common Rail. Nog voor de wettelijke invoeringsdatum zullen de eerste D20 Common Rail-motoren die voldoen aan de Euro 4-uitlaatgasvoorschriften aan de start verschijnen. Daarbij is geen SCR-technologie nodig omdat de motoren met 390 pk en 430 pk behalve de Common Rail-techniek en uitlaatgasrecirculatie een door MAN zelf ontwikkelde onderhoudsvrije PM-Kat (PM staat voor particulate matter) voor de nabehandeling van de uitlaatgassen zullen krijgen. ![]() De motortechnici noemen het 'downsizing': de nieuwe vierklepsmotoren zijn duidelijk compacter dan hun voorgangers. De nieuwe MAN dieselgeneratie voor vermogens van 310 pk/228 kW tot 430 pk/316 kW beschikt over een uniforme cilinderinhoud van 10.518 cm3. Met het verhoogde specifieke vermogen werken de motoren ondanks volgens de fabrikant tot vijf procent zuiniger en stoten ze aanzienlijk minder emissies uit omdat ze zijn geoptimaliseerd wat betreft volledige verbranding. Daarnaast wordt in vergelijking met de voorgaande motor, de D2866, tot 100 kg gewicht bespaard. De typeaanduiding D2066 heeft, zoals altijd bij MAN, betrekking op de boring van 120 mm. Met zijn verhouding van boring en slag (120 : 155 mm) is de nieuwe MAN diesel een langeslagmotor. Dat cilinderinhoud niet alles zegt, laat de vermogenskarakteristiek van de D20 Common Rail-motoren zien. Verantwoordelijk daarvoor zijn de tot meer dan 180 bar verhoogde verbrandingsdrukwaarden die gunstige koppelkrommes mogelijk en hoge toerentallen overbodig maken. De rijeigenschappen van de motoren zijn aan de belangrijkste toepassingscriteria aangepast: krachtig bij het wegrijden vanuit stilstand al net boven het stationaire toerental voor distributievervoer en gebruik op bouwplaatsen, elastisch bij snel rijden voor het zware langeafstandsvervoer bij gemiddelde toerentallen met een koppelvergroting tot 35 procent. Rijden zonder al te veel schakelen is gegarandeerd – al bij een bescheiden 1500 omwentelingen van de krukas kan de chauffeur het volle vermogen van de motor vergen, het maximale koppel staat ter beschikking over een breed toerentalgebied van 1000 tot 1400 omwentelingen. Standaard zijn de vrachtwagenmotoren met typeaanduiding D2066 met het versterkte motorremsysteem EVB uitgerust. Met dit systeem bereikt de motor een remvermogen tot 270 kW. De in meerdere stappen elektronisch geregelde versie EVBec heeft een groter effect en een fijnere regeling over het hele toerentalbereik. Duidelijk meer vermogen als retarder biedt in de D2066-motor de slijtagevrije MAN PriTarder die tot eind 2004 bij klanten wordt beproefd. (2 juni 2004) |
| |||